Integratieve geneeskunde

Ines von Rosenstiel , Miguette Jadoul, Winnie Schats

 

1.4    Slaapproblemen

Slaapproblemen komen veelvuldig voor bij KMB (14) en hebben veel effect op de kinderen, alsmede op het welzijn van de ouders en hun onderlinge relatie. De schaarste in literatuur over zowel reguliere als niet-reguliere interventies ten aanzien van slaapstoornissen bij kinderen met een verstandelijke beperking is verbazingwekkend, gezien de omvang en ernst van de problematiek. Zo hebben kinderen met het Down syndroom, obesitas bij Prader Willy, dysmorfieën in het KNO-gebied, kinderen met epilepsie of cerebrale parese frequent slaapstoornissen, deels ademhaling-gerelateerd, en vaak met een (potentieel) grote impact. Een polysomnografie-onderzoek en actigrafie behoren dan ook tot het diagnostisch arsenaal.

Naast organische stoornissen leiden psychiatrische aandoeningen en gedragsproblemen bij kinderen met meervoudige beperkingen eveneens tot slaapproblemen (15).

 

De behandeling wordt in hoge mate bepaald door de ernst, aard en oorzaak van de slaapstoornissen. Interventiemogelijkheden zijn naast algemene maatregelen zeer uiteenlopend en omvatten medicamenteuze, psychologische en pedagogische behandelingen. Een multidisciplinaire aanpak met een kundig behandelteam, bestaande uit een medisch specialist, psycholoog en gedragstherapeut is wenselijk. In de complementaire hoek zijn aanknopingspunten te vinden bij fytotherapie, waarbij literatuur te vinden is over extracten van valeriaan, melisse, kamille, lavendel en sint-janskruid (16). Ook acupunctuur en medische hypnose zijn te overwegen bij iets oudere kinderen, afhankelijk van hun verstandelijk vermogen.

Het gebruik van Melatonine als voedingssupplement of regulier voorgeschreven medicament is veelbelovend, hoewel er nog discussie is rondom de exacte dosering en het optimale tijdstip van toediening bij de KMB. De gunstige uitwerking op de slaapkwaliteit werd overtuigend aangetoond in studies bij patiënten met het Angelman syndroom, Rett syndroom, bij tubereuze sclerose patiënten en bij het Smith-Magenis syndroom (17).

 

Laatste gewijzigd op: