Integratieve geneeskunde

Ines von Rosenstiel , Miguette Jadoul, Winnie Schats

 

1.3       Ontwikkelingsachterstand en autisme

In de zoektocht naar behandelingen voor kinderen met ontwikkelingsachterstand en/of autisme wenden ouders zich veelal tot complementaire en alternatieve benaderingen (CAM), zoals behandeling met homeopathische middelen, probiotica, alternatieve diëten of meer intensieve therapieën zoals vitamine B12-injecties of chelatietherapie. Hierbij is er een sterk groeiende belangstelling voor voeding en gezonde voedingsmiddelen die rijk zijn aan essentiële nutriënten zoals kalium, vezels, eiwit, calcium, ijzer, thiamine, riboflavine, niacine, foliumzuur, zink en de vitamines A, B6, B12, C, D, E en K. Ook hebben verschillende in de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) gebruikte planten met medicinale werking in de westerse voeding al lang een plaats verworven zoals knoflook, gember, geelwortel, jujubes, en zeewier, en worden deze door ouders ook ingezet. De website www.infofyto.nl is voor informatie naar de diverse toepassingen een waardevolle, betrouwbare bron.

Dr. Robin L. Hansen, verbonden aan de Universiteit van Californië, deed specifiek onderzoek naar het gebruik van CAM-therapieën bij jonge kinderen in de leeftijd tussen 2 en 5 jaar met ASS en/of een ontwikkelingsachterstand (7). Van de jonge kinderen met ASS maakte 40% gebruik van CAM therapieën; bij jonge kinderen met andere vormen van ontwikkelingsachterstand was dat 30%. Bijna 7% van de kinderen met autisme, vooral de subgroep kinderen met frequente gastro-intestinale problemen, staat op een glutenvrij-caseïnevrij dieet.

 

Sommige van bovenstaande behandelingen dragen significante risico’s in zich. Zo werden bij 4% van de kinderen uit de zojuist genoemde studie alternatieve behandelingen gevonden die onveilig, invasief of onbewezen waren zoals schimmeldodende medicijnen, chelatietherapie en vitamine B 12 injecties(7). Het dagelijks gebruik van spirulina bij kinderen met autisme kent gezondheidsnadelen, met als voornaamste: allergieën, een microcystine veroorzaakte leververgiftiging en besmetting met zware metalen zoals lood en kwik (8).

 

ASS bestrijkt een wijd spectrum met een zeer heterogene patiëntengroep, waarbij zowel reguliere als niet-reguliere interventies nog nauwelijks onderzocht zijn. Belangrijke geaccepteerde elementen in de behandeling en begeleiding van kinderen met ASS liggen in de voorlichting en ondersteuning van ouders en kinderen, en de behandeling van somatische klachten zoals prikkelbaarheid, hyperactiviteit, gastro-intestinale problemen en slaapproblemen en psychiatrische co-morbiditeit (9). Momenteel is er geen wetenschappelijk onderzoek bekend naar het effect van frequent toegepaste logopedie of fysiotherapie bij kinderen met ASS. Psycho-educatie en gezinsondersteuning naast educatieve therapieën en gedragstimulerende programma’s worden met goed resultaat toegepast (10). Onderzoek naar de effectiviteit van Neurofeedback behandelingen bij kinderen en jongeren met ASS verwijst naar positieve effecten, onder meer op cognitieve flexibiliteit (11). Ook muziektherapie lijkt positieve effecten te hebben op de communicatieve vaardigheden van kinderen met ASS en vraagt nog om meer onderzoek, voornamelijk naar de lange termijn effecten. Weinig evidentie bestaat momenteel voor auditory integration training, craniale osteopathie en precipitated communication integratie, waarbij wel enkele case studies positieve resultaten vermelden (zie de databank op de website van het Nederlands Jeugd instituut).

 

Door de hoge prevalentie van gastro-intestinale problemen bij kinderen met ontwikkelingsachterstand en/of autisme worden zogenaamde eliminatiediëten veelvuldig toegepast. De Cochrane review van Millward et al (12) toonde echter aan dat er (nog) onvoldoende wetenschappelijke bewijsvoering is voor het structureel inzetten van dergelijke interventies. Wanneer ouders voor een glutenvrij-caseïnevrij dieet voor hun kind kiezen, is samenwerking met een diëtiste en/of kinderarts wenselijk, ook om eventuele deficiënties van het eliminatiedieet vroegtijdig op te sporen naast reguliere groeimonitoring. Ditzelfde vangnet is ook belangrijk bij behandeling met vitamines en mineralen. Het uitvragen naar behandeling met extra vitamine B6 of hoge doses magnesium verdient extra aandacht, daar dergelijke therapieën potentieel gevaarlijk zijn (13).

 

Laatste gewijzigd op: 18-06-2016